De Verliefde Ansjovis
 

Dit voorjaar heb ik jou ontmoet

in d’Atlantische Oceaan.

’k Herinner het mij nog heel goed,

het was bij volle maan.
 

Ik stond meteen in lichterlaaie,

je was wel vinnig... maar charmant.

Ik was voor z’n “maanvis” wel te paaien

dus op, naar het Verdronken Land.
 

Ik weet, dat toen je mij onderweg vertelde,

dat je mij heel aardig vond,

en wilde trouwen in de Schelde,

het water in m'n ogen stond.
 

Na een reis van vele weken,

kwamen we dan in de Goudmijn aan.

We hadden er al naar uitgekeken,

of er “Erehagen” zouden staan.
 

We zagen er twee en gek van zinnen

zwommen we daar tussen door.

Het feest kon eindelijk beginnen,

maar men stak daar toen een stokje voor.
 

De hele bruiloft viel in duigen,

tegenspartelen had geen zin

en met duizenden getuigen

dreef men ons het fuikgat in.
 

Het je’t ooit zó zout gegeten?

Ergens is er toch iets mis.

Heel de wereld mag nu weten

dat de weer ’t einde is.